Spelers & de tour

Medvedev sloeg minder forehands. Interessanter is misschien de ruimte die hij niet prijsgaf

Om je backhand heen lopen geeft toegang tot je favoriete slag. Een betrouwbare backhand kan die omweg overbodig maken — en de forehands die je wél kiest beter laten uitpakken.

Portret van Daniil Medvedev in een witte polo op de Miami Open van 2019
Daniil Medvedev op de Miami Open in maart 2019. Archiefportret; de statistische bespreking hieronder gaat over een gepubliceerde analyse van gedetailleerd geregistreerde wedstrijden uit 2025.LacosteWiki · CC BY-SA 4.0 · WebP

In de steekproef die Jeff Sackmann in januari 2026 besprak, bestond slechts 45% van Daniil Medvedevs groundstrokes uit forehands. Het overeenkomstige ATP-cijfer in die analyse was 53%. Die percentages zeggen niet hoe vaak een slag aan een bepaalde kant een punt opleverde. Ze vertellen hoe vaak die slag werd gebruikt. Dat verschil opent een vraag die bij de gebruikelijke zoektocht naar een hardere forehand gemakkelijk verdwijnt: wat wint een speler als hij niet om zijn backhand heen hoeft te lopen?

Het voor de hand liggende antwoord is een extra betrouwbare slag. Het minder vanzelfsprekende antwoord is een andere uitgangspositie voor de volgende bal. Kun je de bal aan de backhandkant verwerken waar hij aankomt, dan hoef je niet nog verder zijwaarts te bewegen alleen om je favoriete slag te gebruiken. Dat is een tactische mogelijkheid, geen gemeten verklaring voor iedere keuze van Medvedev. Zijn 45% laat niet zien hoeveel meters hij bespaarde of waarom elke tegenstander de bal naar een bepaalde plek stuurde.

Het cijfer is een aanwijzing, geen streefmodel

Sackmann begon zijn artikel met een andere puzzel: hoeveel zou het opleveren als een speler aan beide kanten een forehand kon slaan? Zijn vergelijking gebruikte gegevens uit het Match Charting Project over 2025, voor 37 mannen van wie ieder minstens tien wedstrijden waren geregistreerd. Binnen zijn maatstaven Forehand Potency en Backhand Potency waren Medvedev, Alejandro Davidovich Fokina en Alexander Zverev de enige drie bij wie de backhand hoger scoorde dan de forehand. Dat is een uitkomst binnen die steekproef en dat model, geen officiële ranglijst van de beste slagen ter wereld.

De maatstaven verwerken winners, afgedwongen fouten, onnodige fouten en de slagen die tot zulke uitkomsten leiden. Daarmee proberen ze meer te vangen dan alleen het spectaculaire slot van een punt. Toch blijven het geconstrueerde maatstaven, gebaseerd op wedstrijden die medewerkers hebben geselecteerd en geregistreerd. Tegenstanders, ondergrond en de situaties waarin iemand een van beide slagen kiest, beïnvloeden wat wordt waargenomen. Een hogere backhandscore is geen gecontroleerd experiment dat bewijst dat die speler altijd de backhand zou moeten kiezen.

Medvedevs aandeel forehands is juist bruikbaar doordat het een vertrouwde aanname onderbreekt: een serieuze speler moet een steeds groter deel van de baan met de forehand bestrijken. Het maakt 45% niet tot een ideaal. Sommige spelers zetten met een forehand na omlopen genoeg druk om de extra verplaatsing te rechtvaardigen. Anderen krijgen van hun tegenstanders een heel andere verdeling van ballen. Het percentage kopiëren zonder die omstandigheden mee te nemen, is het antwoord op andermans probleem overnemen.

Alexander Zverev slaat een dubbelhandige backhand tijdens de kwalificaties van de US Open van 2015
Alexander Zverev in de kwalificaties van de US Open op 27 augustus 2015. Archieffoto. Ook Zverev hoorde bij de drie spelers van wie de backhand in Sackmanns genoemde steekproef uit 2025 hoger scoorde dan de forehand; deze foto is geen bewijs uit die steekproef.Steven Pisano · CC BY 2.0 · WebP

Een geslaagde forehand kan alsnog een prijs hebben

Neem een denkbeeldige rechtshandige clubspeler die een goed bespeelbare bal richting de backhandhoek krijgt. Er is tijd om eromheen te lopen. De inside-outforehand valt diep, maar de tegenstander komt in balans bij de bal en speelt naar de open forehandkant. Onze speler moet nu een lange herstelbeweging maken voor het volgende contact. Beoordeel je alleen de diepte van de eerste slag, dan was die geslaagd. Kijk je naar de reeks van twee slagen, dan kan het oordeel anders zijn.

Verander nu één detail: de forehand na het omlopen dwingt de tegenstander tot een gestrekte reactie. Dezelfde eerste verplaatsing kan dan wel de moeite waard zijn, omdat de tegenstander de open baan niet met dezelfde vrijheid kan benutten. De les is niet dat omlopen verboden moet worden. De vraag is wat die extra beweging oplevert. Alleen een vertrouwde zwaai is niet genoeg; de ontstane druk, de hoek of de kans op de volgende bal moet mee op de rekening.

Een backhand dichter bij de oorspronkelijke positie kan het omgekeerde profiel hebben. Hij richt misschien minder directe schade aan, maar laat ook minder baan open. Dat helpt alleen als diepte, hoogte of richting een eenvoudige aanval voorkomen. Een korte, aarzelende backhand wordt niet vanzelf een goede keuze doordat je minder hebt bewogen. Baandekking en slagkwaliteit moeten samen worden beoordeeld, zonder één slag een blijvend tactisch voorkeursrecht te geven.

Denkbeeldige keuzes voor een rechtshandige speler, geen reconstructies van Medvedevs wedstrijden. Dezelfde beginbal kan door uitvoering en tegenstander heel anders uitpakken.
KeuzeMogelijke winstVraag na de slag
Omlopen en aanvallenEen sterkere forehand gebruiken en de reactie afdwingen.Beperkte de aanval de tegenstander genoeg om de opengelegde baan te rechtvaardigen?
Blijven staan en een degelijke backhand spelenMinder extra zijwaartse meters en een haalbaardere herstelbeweging.Was de backhand goed genoeg om te voorkomen dat de tegenstander alsnog het initiatief nam?
Omlopen en alleen overlevenHet vertrouwde gevoel van de favoriete slag.Moest je door dat comfort meer ruimte verdedigen zonder zelf druk te zetten?

De verborgen winst kan in je forehandcijfers zitten

Sackmann noemt nog een mogelijk effect: als een sterkere tweede slag de noodzaak van sommige lastige forehands wegneemt, kunnen de overblijvende forehands ook beter presteren. Dat betekent niet dat een betere backhand op magische wijze de forehandtechniek heeft veranderd. De selectie van forehands is veranderd. Minder moeilijke pogingen vanuit een ongunstige positie kunnen het gemiddelde verbeteren. Zijn artikel zegt uitdrukkelijk dat het dit positionele voordeel niet kwantificeert.

Dat is belangrijk wanneer je je eigen vooruitgang bekijkt. Stel dat je na een maand backhandtraining minder forehandfouten maakt. Er blijven meerdere verklaringen mogelijk. Misschien beweeg je beter, kies je geschiktere ballen of speel je tegen andere tegenstanders. Schrijf niet de hele verbetering toe aan één oefening. Je kunt wel naar een specifiek patroon zoeken: maak je niet langer kunstmatig forehands van situaties waarin een bruikbare backhand beschikbaar was?

Het oorspronkelijke artikel schat ook ongeveer vier extra punten per gemiddelde wedstrijd als de backhand van een doorsneespeler hypothetisch even effectief zou worden als zijn forehand. Dat is een berekening van een denkbeeldige situatie, geen gemeten opbrengst van een trainingsprogramma. De kosten van het ontwikkelen van een tweede forehand, wisselen van hand of spelen aan de zwakkere kant zijn er niet in verwerkt. Het zegt evenmin dat een betere backhand een clubspeler precies vier punten oplevert. De beter verdedigbare praktische gedachte is dat één slag de keuzes eromheen kan veranderen.

Onderzoek eerst de keuze, bepaal daarna de correctie

Vraag voor een training een partner om vrije punten te beginnen met gevarieerde, maar goed bespeelbare ballen naar je backhandkant. Houd beide slagen beschikbaar: een oefening waarin elke bal verplicht met de backhand moet, kan de keuze niet onderzoeken. Speel door na je eerste antwoord. Dit is een oefensuggestie van de redactie, geen trainingsvorm die aan Medvedev wordt toegeschreven. Het doel is zowel de verplaatsingskosten als de kans voor de tegenstander om die te benutten in de oefening te houden.

Haal na een kort blok enkele situaties terug waarin je om de bal heen liep. Maak onderscheid tussen vroeg en in balans omlopen en laat omlopen alleen om een backhand te vermijden. Noteer vervolgens of de tegenstander bij de volgende bal verdedigde, neutraal stond of aanviel, en of jouw herstel realistisch was. Het zijn grove praktijkwaarnemingen, geen vervanging voor een volgsysteem. Hun waarde zit in het verband tussen de keuze en wat er daarna gebeurde.

Herhaal het blok met een duidelijke bedoeling voor de backhand, bijvoorbeeld een degelijke crosscourtbal met voldoende diepte om in de rally mee te blijven doen. Het doel is niet beide slagen identiek te maken. Je wilt zien of de backhand een speelbaar alternatief biedt in de situaties waarin de forehand nu te veel kost. Houd de moeilijkheid van de aankomende ballen vergelijkbaar en maak van één goed blok nog geen vaste regel.

Levert de backhandkeuze steeds een onmiddellijke aanval van de tegenstander op, dan vraagt misschien de diepte, de kwaliteit van het contact of de voorbereiding om werk. Houdt de slag wel stand, maar loop je toch telkens laat om, dan kunnen herkenning en durven kiezen belangrijker zijn. Dat zijn verschillende problemen. Het tweede los je niet simpelweg op door een krachtiger racket te kopen, en alleen forehandwinners trainen brengt mogelijk geen van beide aan het licht.

Medvedevs voorbeeld is hier geen opdracht om een speler te worden die op zijn backhand leunt. Het herinnert eraan dat de beste forehand niet altijd de forehand is die je met moeite voor jezelf creëert. Let op de ruimte die je verlaat, de druk die je slag veroorzaakt en de volgende bal die je moet afdekken. Een backhand waarmee je in het punt blijft zonder een nuttige baanpositie op te geven, kan meer dan één kant van je spel verbeteren.

Bronnen en verder lezen

  1. Tennis Abstract / Jeff Sackmann — How Much Would a Second Forehand Be Worth?

TENNIS TENSION LAB

Controleer vandaag de spanning van je racket.

Krijg binnen 10 seconden een zeer nauwkeurige spanningsmeting. Tension Lab volgt veranderingen vanaf je eerste meting en laat zien wanneer een nieuwe bespanning zinvol is.

  • Meet snaarspanning zeer nauwkeurig. Binnen 10 seconden.
  • Elke verandering in speelgevoel helder vastgelegd.
  • Tijd om opnieuw te bespannen? Nooit meer gokken.
De metingen schatten de verandering ten opzichte van de beginspanning en vervangen geen absolute meting met een bespanmachine.