Wedstrijdtactiek

Twee forehands, geen zwakke kant? De vraag die Lucas Herrera Sanchez opnieuw stelt

Twee forehands brachten al eens een speelster naar de Wimbledonfinale. De lastige vraag is wat ze opleveren als tijdsdruk, de minder sterke hand en het herstel van de positie meetellen.

Beverly Baker Fleitz met een tennisracket op een krantenfoto uit 1949
Beverly Baker Fleitz in 1949. Haar spel met twee forehands bracht haar later naar de Wimbledonfinale van 1955. Deze historische foto toont niet Lucas Herrera Sanchez of die finale.Unknown photographer / Los Angeles Daily News · Public domain (US, no copyright notice) · JPEG

Je tegenstander blijft je backhand zoeken. Je kunt blijven verdedigen, eromheen lopen voor een forehand, of een radicalere oplossing bedenken: neem het racket in je andere hand en sla nog een forehand. Dat klinkt als een truc voor sociale media, totdat iemand er werkelijk een spel omheen bouwt. Lucas Herrera Sanchez, beschreven als dertienjarige in Jeff Sackmanns Tennis Abstract-artikel van 7 januari 2026, was het voorbeeld dat een serieuze vraag opriep: hoeveel kunnen twee forehands waard zijn?

In die vraag zitten twee verschillende ideeën. Het ene is een techniek: van hand wisselen om aan beide kanten forehands te slaan. Het andere is een voordeel: geen kant in de rally hebben die duidelijk minder effectief is dan de andere. De techniek ziet er ongebruikelijk uit. Het voordeel zou bijna iedere wedstrijdspeler graag hebben. Maar ze gaan niet automatisch samen. Je kunt twee forehands hebben en toch een kant houden die de tegenstander het liefst aanvalt.

Het idee stond al in een Wimbledonfinale voordat het op je tijdlijn verscheen

Sackmann noemt Beverly Baker Fleitz, die met twee forehands de Wimbledonfinale van 1955 haalde, en Cheong-Eui Kim, die de top 300 bij de mannen bereikte. Die voorbeelden beantwoorden één vraag: de speelstijl heeft op serieus competitieniveau bestaan. Ze vertellen niet hoe vaak hij is aangeleerd, hoeveel spelers ermee stopten of welke ontwikkelingsroute voor een bepaald kind het beste is. Een zichtbaar succes bewijst dat iets mogelijk is, niet hoe groot de kans op succes is.

Fleitz voorkomt ook dat we het idee als een nieuwe uitvinding presenteren. De huidige aantrekkingskracht zit in een jonge speler die een ongebruikelijke oplossing inzet tegen hedendaagse tegenstanders. Het artikel uit januari bespreekt Herrera Sanchez en de video's die toen rondgingen. Het geeft geen gemeten vergelijking van zijn linker- en rechterhandslagen en voorspelt zijn profcarrière niet. We kunnen zijn vraag onderzoeken zonder van een junior het bewijs te maken dat de backhand achterhaald is.

De geschatte vier punten beginnen met een denkbeeldige verbetering

Sackmann gebruikte slag-voor-slagregistraties van wedstrijden uit 2025 voor 37 mannen, ieder met minstens tien partijen in de steekproef. Zijn maatstaven voor forehand- en backhandeffectiviteit tellen winners, afgedwongen fouten, onnodige fouten en slagen die zo'n uitkomst voorbereiden mee. Het gaat dus niet alleen om aantallen winners. De berekening vraagt wat er zou gebeuren als de backhandkant even effectief werd als de forehandkant. De praktische moeilijkheid om dat te bereiken blijft buiten die eerste vervanging.

Cijfers uit Sackmanns analyse van januari 2026. De laatste rij is een hypothetische winst, geen gemeten resultaat voor Herrera Sanchez of spelers die van hand wisselden.
GrootheidGenoemde waardeHoe je die leest
Typische forehandeffectiviteit per partij6,7Een waarde in de maatstaf van de auteur, niet 6,7 winners
Typische backhandeffectiviteit per partij0,6De overeenkomstige waarde aan de backhandkant
Verbetering als beide kanten de forehand evenarenOngeveer vier punten per partijDe omzetting van het verschil in de maatstaf naar punten door de auteur; wisselkosten zijn niet gemeten

Bij de ongeveer 140 punten van de wedstrijd die het artikel als uitleg gebruikt, komt vier punten neer op zo'n 2,9% van alle gespeelde punten. Daarom spreekt de gedachte aan. Het is geen stijging van drie procentpunt in de kans om de partij te winnen en geen belofte van vier extra punten bij iedere wedstrijd. Het aandeel gewonnen punten en de kans op een gewonnen partij zijn verschillende grootheden. Een model kan laten zien dat een zwakte kostbaar is zonder de techniek aan te wijzen die haar betrouwbaar wegneemt.

Er is al een complicatie voordat de greepwissel aan bod komt. In deze steekproef waren Alejandro Davidovich Fokina, Daniil Medvedev en Alexander Zverev volgens de maatstaven van de auteur effectiever aan de backhandkant. De andere kant even goed maken als de forehand is dus niet voor iedereen een verbetering. De vergelijking beschrijft hun geregistreerde prestaties uit 2025, geen eeuwige ranglijst van de beste backhands. Ze ondergraaft wel de gemakkelijke aanname dat de backhand vanzelf de slag is die je zou willen vervangen.

Alexander Zverev slaat een dubbelhandige backhand in de kwalificaties van de US Open 2015
Zverev met een backhand in de US Open-kwalificaties op 27 augustus 2015. Deze archieffoto illustreert de slag; ze komt niet uit de geregistreerde wedstrijden van 2025 die Sackmann analyseerde.Steven Pisano · CC BY 2.0 · WebP

De slag moet klaar zijn als de bal aankomt

Stel dat de tweede forehand uitstekend is wanneer er voldoende voorbereidingstijd is. Een harde service naar die kant stelt een andere vraag. Kan de speler de richting lezen, het racket overpakken en het racketblad vroeg genoeg klaarzetten? Sackmann noemt de kosten van een greepwissel uitdrukkelijk, vooral bij de return. Hij meet ze niet. Voor een speler moet de waarde van de slag ook de situaties omvatten waarin er te weinig tijd is voor de uitvoering die je het liefst gebruikt.

Hetzelfde onderscheid bestaat in clubtennis zonder dat iemand van hand wisselt. Een return met een ruime zwaai kan in een oefening indruk maken en tegen een snellere eerste service onbetrouwbaar worden. Een kort blok is minder spectaculair, maar kan de returner wel in de rally houden. Alleen het beste contact van beide opties vergelijken mist de werkelijke beslissing. Een eerlijke beoordeling van twee forehands vraagt ook om gehaaste contacten, ballen op het lichaam en returns die nooit een zuivere swing worden, naast de aantrekkelijke rallybeelden.

Dan is er nog de kwaliteit van die tweede hand. Twee vergelijkbare bewegingen bewijzen geen gelijkwaardige slagen. Diepte, richting en foutfrequentie kunnen onder druk uiteenlopen, en de tegenstander hoeft alleen het zwakkere patroon te vinden. Dat is een reden waarom Sackmann de aanvankelijke winst te optimistisch noemt, in plaats van haar als voorspelling te gebruiken. Een tweede forehand kan een zwakte verkleinen zonder haar weg te nemen, of de ene zwakte voor een andere inruilen. We hebben hier niet de metingen om die ruil voor Herrera Sanchez te waarderen.

De minder zichtbare winst kan je positie na de slag zijn

Een effectievere tweede kant kan loopwerk besparen voordat er meer winners bijkomen. Om de backhand heen lopen voor een forehand verandert vaak waar je de bal raakt en waar je herstelbeweging begint. Kan de andere kant die bal goed verwerken, dan is er minder reden om positie prijs te geven voor je favoriete slag. Sackmann bespreekt dit als een mogelijk extra voordeel, niet als een gemeten bonus die je zomaar bij de geschatte vier punten kunt optellen.

Voor een ervaren speler met een gewone backhand is dit het bruikbaarste deel van het betoog. Je hoeft niet van hand te wisselen om te vragen of het omlopen de moeite waard was. Stel dat je ver buiten je backhandhoek beweegt, een snellere forehand slaat en vervolgens de andere kant openlaat voor de volgende bal. De eerste slag kan sterker lijken terwijl het punt lastiger te beheersen wordt. Soms richt de forehand genoeg schade aan om de verplaatsing te rechtvaardigen. Soms had een degelijke backhand meer opties behouden.

Volg bij het terugkijken het omlopen voorbij het raakmoment. Noteer waar de bal landde, waar je stond toen de tegenstander weer sloeg en welke volgende bal je gemakkelijk kon bereiken. Vergelijk dat met momenten waarop je de backhand speelde. Dit is een kijk- of trainingssuggestie, geen in de bron uitgevoerd onderzoek. Ze maakt “mijn forehand is beter” preciezer: beter voor deze bal, vanuit deze positie, met deze herstelbeweging die nog nodig is?

Een opleidingsexperiment is geen kortere weg

Een speler die als kind begint en een volwassene die een gevestigd spel ombouwt, nemen verschillende beslissingen. Het Tennis Abstract-artikel laat de trainersvraag open omdat de ontbrekende informatie belangrijk is: hoeveel spelers probeerden dit, wat lieten ze ervoor liggen en hoe ontwikkelde hun hele spel zich? Enkele uitzonderlijke voorbeelden geven die antwoorden niet. Een verzameling hoogtepunten vertelt evenmin of meer training van de bestaande backhand een beter resultaat had opgeleverd.

Iedere berekening die zich op één slag richt, heeft nog een grens. Service, return, beweging, anticipatie en keuzes in het punt moeten ook werken. Een betere tweede basisslag levert geen punten op voordat de service in is en redt niet iedere slechte positie. Twee forehands zien als een manier om een uitstekende tweede kant te ontwikkelen is nuttiger dan ze behandelen als een aparte categorie onverslaanbaar tennis. De rest van de speler moet nog steeds meekunnen.

Herrera Sanchez maakt de vraag de moeite waard doordat hij een alternatief zichtbaar maakt. Fleitz herinnert eraan dat dit alternatief een geschiedenis heeft. De cijfers tonen waarom een groot verschil tussen forehand en backhand kan tellen; de ongemeten kosten verklaren waarom de zichtbare techniek kopiëren niet hetzelfde is als de theoretische winst binnenhalen. Voor je volgende partij mag de directe vraag eenvoudig blijven: kost je zwakke kant punten door de slagkwaliteit, of betaal je ook voor alle verplaatsingen waarmee je die kant probeert te vermijden?

Bronnen en verder lezen

  1. Tennis Abstract — Jeff Sackmann — How Much Would a Second Forehand Be Worth?

TENNIS TENSION LAB

Controleer vandaag de spanning van je racket.

Krijg binnen 10 seconden een zeer nauwkeurige spanningsmeting. Tension Lab volgt veranderingen vanaf je eerste meting en laat zien wanneer een nieuwe bespanning zinvol is.

  • Meet snaarspanning zeer nauwkeurig. Binnen 10 seconden.
  • Elke verandering in speelgevoel helder vastgelegd.
  • Tijd om opnieuw te bespannen? Nooit meer gokken.
De metingen schatten de verandering ten opzichte van de beginspanning en vervangen geen absolute meting met een bespanmachine.